Beste heer van Reybrouck,

Als zoon van een vader die als dienstplichtig militair naar Nederlands-Indië werd gestuurd en als net gepensioneerd geschiedenisdocent gaan mijn gedachten en gevoelens over Nederlands-Indië alle kanten op. Mede door de enorme lading aan onderzoeken en media-aandacht komt er veel op mij af. Dat moet een plek krijgen. Mijn vader heeft dingen over zijn drie jaar als militair in Nederlands-Indië verteld, maar denk ik dat hij nooit echt het achterste van zijn tong heeft laten zien. Sinds kort ben ik in het bezit van een aantal van zijn persoonlijke bezittingen.

Mijn vader heeft mij vaak verteld over het extreme geweld van Indonesiërs, tegen Nederlandse militairen, maar ook tegen de eigen bevolking. Ik ben er nog steeds niet uit welke invloed dit gehad heeft op zijn persoon en ook indirect op onze opvoeding. Hij heeft nooit met haat gesproken over de Indonesische bevolking, eerder het tegenovergestelde. Wel had hij een afkeer gekregen van Japanners. Hij zou bijvoorbeeld nooit een Japanse auto of tv kopen. Ook in zijn aantekeningen vind ik voorbeelden van het extreme geweld tegen Indonesiërs. Zie deze passage:

‘In oktober 1947 werd een patrouille van het 3e peloton dat in Arjawiangoen lag door een grote guerrillabende achtervolgd. Hierbij sneuvelden luitenant Thijs, sergeant Rhoen en soldaat Vermeulen. Vermeulen werd van vermoeidheid bewusteloos en werd in een kampong verborgen. Volgens inlichtingen is hij in stukken gesneden en in een kali geworpen. Twee jongens werden gewond.’

Over een grote operatie op 5 december 1948 in de buurt van vliegveld Kalidjette noteert hij:

‘Er moest een bende van 700 man zitten, die sterk was bewapend. Om half zeven hadden we contact, en het was een geschiet van jewelste. Aan onze kant hadden we 2 gewonden en 1 doode. De bende leed zware verliezen en veele wapens werden buitgemaakt. De staf van de bende werd ook aangetroffen en afgemaakt.’

Welke rol de individuele Nederlandse militair heeft gespeeld, waaronder mijn vader, zal wel nooit helemaal duidelijk worden. Voor mij blijft dit een lastig iets. Mijn vader was een zeer gelovig katholiek met veel respect voor het leven. In een oorlog weet je echter nooit hoe mensen – onder invloed van de meest afgrijselijke dingen – zich ontwikkelen. Mijn vader zei altijd dat het katholieke geloof hem door de moeilijkste momenten heeft gesleept, terwijl het vooral de katholieke politici zijn geweest die de oorlog stimuleerden. De escalatie van geweld is bewust verzwegen en is toentertijd misschien wel aangemoedigd. Extra wrang vind ik hierbij de rol van de Katholieke Volkspartij (KVP) en die van ‘oorlogshavik’ en minister-president Louis Beel. Na het lezen van uw boek en het luisteren naar de presentatie heb ik een steeds grotere afkeer gekregen van de politici die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het beginnen van deze oorlog .

Mooi om af te sluiten is dat mijn moeder – terwijl mijn vader in Nederlands-Indië zat – is begonnen te corresponderen met mijn vader. Veel van die brieven hebben we nog. Toen mijn vader terug was in Nederland hebben ze elkaar ontmoet, zijn ze getrouwd en hebben ze vier kinderen gekregen. Zo gaan die dingen soms. Ik wens u veel succes met het verdere onderzoek, de tour door Nederland en wie weet wat het boek in al die andere talen nog los gaat maken.

Rob van de Walle

Gerelateerde artikelen

‘Sorry’

Op 17 februari bood premier Rutte diepe excuses aan naar…

Verhalen
Lees meer